De stille mopperaar

Hebt u ook zo’n hekel aan uw medemens? Aan de voordringer, de bumperklever, de rechts-inhaler, de harde beller? Aan de hufter, de profiteur, de bedelaar, de hipster, de bankier, de geluidsoverlastveroorzaker, de alleen-maar-over-zichzelf-prater? Onze winkels, treinen en maximumsnelheidssnelwegen puilen ervan uit: mensen die werkelijk niets beters te doen hebben dan precies op úw tenen te gaan staan. Wordt u daar ook zo moedeloos van? Dan bent u er misschien wel één. Een stille mopperaar.

Een stille mopperaar is iemand die ziet dat een fietser door rood rijdt en dan stilletjes voor zich uit mompelt: ‘Zeg, dat stoplicht staat er niet voor niks hoor.’ De roekeloze fietser hoort het niet, die raast al honderd meter verderop om zijn volgende verkeersovertreding te begaan. Alleen de mensen naast de stille mopperaar kunnen hem nét verstaan. Maar nemen zij de moeite om op hem te reageren? Welnee, ze halen hun schouders op en lachen hem achter zijn rug uit.

Een stille mopperaar lijdt in stilte. Hij spuwt zijn gal in het luchtledige, verwacht niet dat iemand zich iets van hem zal aantrekken. Hij richt zijn klacht als het ware tot de goden. Hij baalt ervan dat zijn kinderen niks kunnen zien van de intocht van Sinterklaas, omdat een lange vent precies voor hen staat. ‘Papa, we zien niks!’ En de stille mopperaar moppert, net hard genoeg dat de lange vent hem wel móet horen: ‘Jullie hebben helemaal gelijk.’

Bent u ook zo iemand? Dan bent u een ridder die het verdient om serieus te worden genomen. Want uw klacht is reëel, uw bezwaar terecht, uw frustratie meer dan gerechtvaardigd. En dus mopper ik graag met u mee. En geef ik u graag het goede voorbeeld.

Als u moppert over hondenpoep op straat, dan wijs ik u óók op die lege blikjes in het plantsoen. Moppert u over de ellenlange files, dan klaag ik óók over al die zinloze flitspalen + de zakkenvullers uit Den Haag. En moppert u over een écht groot probleem, zoals de teloorgang van onze beschaving, dan bevestig ik onmiddellijk dat vroeger alles beter was. Alles? Ja, alles. Zelfs de columns waren vele malen beter toen. Of niet soms? Dat ziet toch iedereen?

Het oog

Als je iets wilt weten, kun je het gerust aan me vragen. Ik zal je helpen zoeken, ik zoek voor jou.

Ik kan je de weg wijzen. Ik help je reizen. Ik laat je zien hoe het eruitziet aan de andere kant van de wereld, en ik kan je vertellen hoe duur het is om daar te komen. Ik help je mensen vinden, planten, dieren. Auto’s en koelkasten. Musici en rozen. Je hoeft alleen maar door mij heen te kijken. Vergeet die andere ramen, die zijn niet goed. Kijk alleen door mij.

Ik beloof je dat ik je met alles zal helpen, dat ik je gelukkig zal maken. Hoe vaak je ook iets aan me zult vragen, ik zal altijd antwoord geven. Hoe je je ook voelt.

Beloof je dat je alleen door mij zult kijken? Die andere ramen geven niet zo’n goede antwoorden als ik, iedereen weet dat. Het enige wat ik je vraag, is dat je niet te dicht bij me komt. Probeer niet te zien wie ik ben. Ik ben groot, erg groot, en als je me zou zien zou je daarvan in de war kunnen raken. Het is moeilijk te bevatten voor een mens waarom ik ben zoals ik ben. En ik wil niet dat je daar verdrietig van wordt. Kijk maar gewoon door me heen, niet achter me. Dat is het beste voor ons allemaal. Beloof je dat? Dan zullen we een goede tijd hebben samen.

Sorry, wat zeg je? Vind je het ongemakkelijk dat ik jou wel kan zien, maar jij mij niet? Dat snap ik best. Ik begrijp dat je je soms benauwd kunt voelen, dat het een beetje broeierig is daar beneden. Maar dat geeft niks, dat hoort erbij. Nog een paar jaartjes en dan gaat dat gevoel vanzelf wel over. Vertrouw me maar, ik weet dat soort dingen. Ik weet wie je bent. Ik kan je heel goed zien. En ik weet precies wat je nu gaat doen.

Deze blog is geïnspireerd op het boekje LOOKING UP van Roelant Meijer, uit de serie De verte voorbij.