Kiwishake

Weten jullie wat ik zo vervelend vind? Dat ik een organisme ben. En dat organisme, je weet wel. Dat heeft voldoende slaap nodig, voldoende vocht, voldoende vitaminen mineralen boter kaas en eieren. Voldoende liefde. Voldoende ontspanning. Voldoende voldoening.

Tja, zegt het organisme tegen mij, ik heb gewoon heel veel nodig. Sorry hoor! Kan ik er wat aan doen?

En die houding staat me gewoon heel erg tegen. En dus pleeg ik burgerlijk verzet. Ik ga gestructureerd te laat naar bed, snack me suf, snauw het organisme in mij voortdurend af.

Ja maar, klaagt het organisme.
Nee, niks te maren, mopper ik terug.

Vervolgens neemt het organisme wraak, op een slinkse en subtiele manier. Het begint te kniezen. Het verliest zijn belangstelling. Het gooit de handdoek in de ring. En in plaats van te genieten van mijn overwinning, voel ik me alleen maar slecht. Steeds slechter.

Dus, wat te doen? Het organisme laat zich duidelijk niet aan de kant zetten, het wint altijd. Het laat zich de kaas niet van het brood eten. Okee, vooruit, dan moet ik het maar vertroetelen. Elke dag mango en passievrucht, alsjeblieft. Massage voor de lange teentjes. Niet te lang over de vluchtelingencrisis nadenken. En het organisme spint van tevredenheid. Top man, hartstikke goed!

Maar hoe ik mijn best ook doe, uiteindelijk is het nooit genoeg. Want het organisme zal op een dag toch besluiten ermee uit te scheiden. Dat weten we allebei. Niks aan te doen. Het zegt gewoon: alles leuk en aardig, we hebben best een leuke tijd gehad samen, ik mocht niet klagen met jou als huurder (al was je af en toe nogal eigenwijs), maar het is mooi geweest nu, c’est fini, adieu bedankt en tot ziens!

En daar sta je dan met je goeie gedrag, je goeie wil en je kiwishake.

Daarom heb ik er een hekel aan een organisme te zijn. Mag ik alsjeblieft?

Het goede voorbeeld

Ik voel me rusteloos vandaag. Opgejaagd, ontevreden, druk in mijn hoofd. En als ik me zo voel, zo is mij verteld, dan moet ik proberen mijn aandacht terug te brengen naar m’n lichaam. Dus:

  1. Voetjes stevig op de grond!
  2. Diep in-, diep uitademen. Rustig… voel hoe de lucht naar binnen stroomt.
  3. Rechtop zitten, geconcentreerd. Billen op de stoel, handen in de schoot.
  4. Laten zijn wat er is. En, als het even kan, dat meteen weer loslaten.

Stressconsultants voorspellen dat ik me dan na een tijdje vanzelf rustiger ga voelen. Als ik er dus voor kies een oefening te doen, als ik eerst rustig genoeg word in mijn hoofd om te beseffen dat die oefening goed voor me is.

Een vriend van me heeft geen stressconsultant nodig. Hij heeft een hond. En omdat hij een hond heeft, komt hij elke dag buiten. Dat doet een hond met je: hij zet WANDELEN met hoofdletters in je agenda. Elke dag. Het liefst natuurlijk in een hondvriendelijke omgeving. En als mijn vriend daar dan rondloopt, in een bos of zo, dan wordt hij rustig als hij een boom ziet.

Kijk, zegt hij, die boom staat daar mooi te staan, zich van geen kwaad bewust. En dat is inderdaad een rustgevende gedachte. Een boom hoeft niks van je, vraagt je niks, valt je niet lastig. Hij wil geen functioneringsgesprek met je voeren, hoeft je niks te verkopen, uit geen kritiek, vindt niet dat je eigenlijk iemand anders zou moeten zijn. Hij wil geen afspraak maken, en ook geen indruk, waarom zou hij, het verandert niets. Hij staat daar gewoon. Met zijn voeten stevig op de grond, zijn rug rechtop en zijn hoofd hoog in de lucht.

Serene boom, was ik maar zoals jij! Dan hoefde ik niet het bos in om tot rust te komen, maar was ik daar al. Dan haalde ik gewoon diep adem en wachtte rustig af wie bij me langs zou komen. Op sommige dagen zou ik niemand zien, op andere dagen een heleboel mensen. Het maakt me niet uit. Als een wandelaar me aankijkt, glimlach ik. Als een kind tegen me aan wil zitten, laat ik dat toe. En als een vormgever een foto van me wil maken, dan poseer ik beleefd. Ja hoor, vreemde tweevoeter, doe wat je wil, neem je tijd. En als je niet tevreden bent met je plaatje, kom dan gerust nog een keer terug. Morgen ben ik er ook. Ik ga nergens heen. Ik sta hier best.

Deze blog is geïnspireerd op het boekje BOMEN van Roelant Meijer, uit de serie De verte voorbij.

Wereld, ik mis je!

Soms weet je dat je ergens niet om mag lachen, maar doe je het toch.

In 2014 is de psychologische hulplijn Sensoor 250.000 keer gebeld, vooral door mensen die zich eenzaam voelen. Daar grinnik ik niet om, nee, natuurlijk niet. Ik gniffel ook niet als ik lees dat vooral vrouwen tussen de 30 en 60 jaar zich eenzaam voelen. Maar ik barst wel in lachen uit als ik lees over het fenomeen ‘zomereenzaamheid’: mensen die zich eenzaam voelen omdat hun vrienden en behandelaars op vakantie zijn en – nu komt ’t – hun vaste tv-programma’s een zomerstop hanteren.

Deze mensen voelen zich dus extra eenzaam omdat ze Matthijs van Nieuwkerk missen? Of Yvon Jaspers? Of Johan Derksen? Of Jeroen Pauw?

Ik denk juist: wat een verademing dat ze er even NIET zijn. En bij veel andere BN’ers denk ik: wat erg dat ze er WEL zijn, zomerstop of niet. Eva Jinek bijvoorbeeld, of Geer, of Goor, of John Williams. Als ik op een heerlijke zwoele zomeravond niets beters te doen zou hebben dan naar hen te kijken, zou ik me pas ECHT eenzaam voelen.

Ik kan er niks aan doen: ik moet dus lachen om de zieligheid van anderen. Daar komt het op neer. Ik giechel om al die eenzame mensen die midden in de bouwvak vertwijfeld heen en weer zappen, wanhopig op zoek naar dat ene vertrouwde gezicht. Het anker dat hun troost biedt, al is het maar voor een uurtje. Matthijs, waar ben je toch? Ik mis je!

Welke BN’er zou eenzaamheid het meest effectief verlichten? Bij welke stem vergeten we onze eenzaamheid het snelst? Welke tv-persoonlijkheid heeft de warmste blik, zodat we ons direct minder alleen voelen? En maakt het eigenlijk uit waar het programma over gaat? Biedt een waterpolowedstrijd de meeste troost? Of een woordspelletje? Of kunst? Of kitsch? Tuinprogramma’s lijken me in ieder geval niet geschikt. En actualiteitenprogramma’s ook niet. Van het wereldnieuws voel je je sowieso al eenzaam, of je vaste presentator nu aan het strand ligt of niet.

Ik lach dus om de eenzaamheid van anderen. Maar het is lachen als een boer met kiespijn. Want er komt een dag dat ook ik moederziel alleen voor het scherm zal zitten, dat niemand me komt opzoeken en ik mijn dagen helemaal alleen doorbreng. En dat besef doet pijn. Veel pijn. ‘De wereld draait doorrr’, zal Matthijs enthousiast tegen me roepen, omringd door zijn gezellige, praatgrage en allerminst eenzame gasten. En dat ene zinnetje zal pijnlijker klinken als nooit tevoren.