Op z’n Hollands

Soms zijn er van die zinnen die je echt even op je in wil laten werken. Waar je woord voor woord op wil kauwen, om er zo lang mogelijk van te genieten. Want ja, tuurlijk zijn we trots op onze topatleet. En met geld verdienen is niks mis. Maar als je het op déze manier kunt formuleren, dan ben je gewoon een artiest. Dan ben je een grote.

Okee, komt ie.

‘Een frisse Hollandse meid in een heel unieke setting. Daar zitten heel veel mogelijkheden aan.’

Aldus Patrick Wouters van den Oudenweijer (chique naam!) van managementbureau House Of Sports. Die de belangen behartigt van Dafne Schippers, onze nieuwe Nelli Cooman (maar dan blank en blond). Schippers won zilver op de 100 meter sprint. Cooman won ooit, maar dat geheel terzijde, tweemaal goud. Maar dan op de 60 meter indoor, beduidend minder heroïsch natuurlijk dan de 100 meter outdoor. Joost mag weten waarom.

Maar goed, die prachtige zin dus. Die bestaat uit drie overheerlijke gangen. Eerste gang: ‘een frisse Hollandse meid’. Schippers is niet zomaar fris, nee, ze is fris én Hollands. Niet fris en Nederlands, niet fris en Utrechts, nee, wie écht fris is, is HOLLANDS. Net als onze bloemen, onze jongens, onze luchten en onze nuchterheid.

Tweede gang: ‘een heel unieke setting’. De setting is niet zomaar uniek, nee, die is HEEL uniek. Unieker kan eigenlijk niet, unieker dan dit gaan we het niet meemaken. Typisch HOLLANDS uniek, zou ik bijna willen zeggen. Zo uniek.

En dan de derde gang: ‘heel veel mogelijkheden’. Niet zomaar wat mogelijkheden, nee, HEEL veel. Een frisse Hollandse meid in een heel unieke setting, dat is gewoon een schot in de commerciële managementroos. The sky is the limit! Je moet wel zo blind zijn als een paard als je dat niet ziet.

Ik feliciteer de heer Patrick Wouters van den Oudenweijer van harte met zijn prachtige zin. De losse gangen zijn al hoogstandjes op zich, drie Michelinsterren meer dan waardig. Maar de drie gangen bij elkaar opgeteld, zijn pure poëzie. Ik wacht zijn unieke plannen voor onze Hollandse Dafne met frisse belangstelling af. En ik kan nu al niet wachten tot hij zijn mond weer opentrekt. Patrick, make us happy, ga voor goud!

Wereld, ik mis je!

Soms weet je dat je ergens niet om mag lachen, maar doe je het toch.

In 2014 is de psychologische hulplijn Sensoor 250.000 keer gebeld, vooral door mensen die zich eenzaam voelen. Daar grinnik ik niet om, nee, natuurlijk niet. Ik gniffel ook niet als ik lees dat vooral vrouwen tussen de 30 en 60 jaar zich eenzaam voelen. Maar ik barst wel in lachen uit als ik lees over het fenomeen ‘zomereenzaamheid’: mensen die zich eenzaam voelen omdat hun vrienden en behandelaars op vakantie zijn en – nu komt ’t – hun vaste tv-programma’s een zomerstop hanteren.

Deze mensen voelen zich dus extra eenzaam omdat ze Matthijs van Nieuwkerk missen? Of Yvon Jaspers? Of Johan Derksen? Of Jeroen Pauw?

Ik denk juist: wat een verademing dat ze er even NIET zijn. En bij veel andere BN’ers denk ik: wat erg dat ze er WEL zijn, zomerstop of niet. Eva Jinek bijvoorbeeld, of Geer, of Goor, of John Williams. Als ik op een heerlijke zwoele zomeravond niets beters te doen zou hebben dan naar hen te kijken, zou ik me pas ECHT eenzaam voelen.

Ik kan er niks aan doen: ik moet dus lachen om de zieligheid van anderen. Daar komt het op neer. Ik giechel om al die eenzame mensen die midden in de bouwvak vertwijfeld heen en weer zappen, wanhopig op zoek naar dat ene vertrouwde gezicht. Het anker dat hun troost biedt, al is het maar voor een uurtje. Matthijs, waar ben je toch? Ik mis je!

Welke BN’er zou eenzaamheid het meest effectief verlichten? Bij welke stem vergeten we onze eenzaamheid het snelst? Welke tv-persoonlijkheid heeft de warmste blik, zodat we ons direct minder alleen voelen? En maakt het eigenlijk uit waar het programma over gaat? Biedt een waterpolowedstrijd de meeste troost? Of een woordspelletje? Of kunst? Of kitsch? Tuinprogramma’s lijken me in ieder geval niet geschikt. En actualiteitenprogramma’s ook niet. Van het wereldnieuws voel je je sowieso al eenzaam, of je vaste presentator nu aan het strand ligt of niet.

Ik lach dus om de eenzaamheid van anderen. Maar het is lachen als een boer met kiespijn. Want er komt een dag dat ook ik moederziel alleen voor het scherm zal zitten, dat niemand me komt opzoeken en ik mijn dagen helemaal alleen doorbreng. En dat besef doet pijn. Veel pijn. ‘De wereld draait doorrr’, zal Matthijs enthousiast tegen me roepen, omringd door zijn gezellige, praatgrage en allerminst eenzame gasten. En dat ene zinnetje zal pijnlijker klinken als nooit tevoren.

Supporter van de ME

De ME gaat nieuwe busjes bestellen: witte. Want dat tirannieke, agressie opwekkende en repressieve donkerblauw kan natuurlijk echt niet meer. Die gillende krakers, blaffende honden, brandende barricaden, dakpannen die naar beneden zeilen en rookbommen tussen ontstelde Koningshuis-fans zijn zó jaren tachtig. En van die hysterische hooligans, platgedrukte lichamen, tatoeages van buldogs op kwabbige ruggen en stadsnamen die door nummers worden ingeruild hebben we inmiddels ook schoon genoeg.

De provo’s wisten het in 1965 al: wit is de kleur van de onschuld, de vrede, de saamhorigheid. Tuurlijk, de verbeelding is niet voor iedereen weggelegd. Het Witte Fietsenplan had zijn zwakke punten, tegen notoire fietsendieven is geen kruid gewassen, rotte appels blijf je altijd houden. Maar het idee was goed! Als die vervloekte regenten nu maar eens mee wilden werken en wat groter durfden te denken.

En dat doen ze nu eindelijk, anno 2015. De Nationale Politie heeft het begrepen. Wit gaan de busjes worden, een keuze waarover volgens de politiewoordvoerder goed is nagedacht. De mannen en vrouwen met de knuppels staan er ook helemaal achter. Volgens het AD zijn er agenten die hopen dat de witte kleur ‘een rustgevende werking heeft op hooligans’. Luud Schimmelpennink kan tevreden zijn.

Maar, als ik zo vrij mag zijn, toch een kleine tip. De nieuwe ME-busjes worden niet smetteloos wit, maar krijgen oranje en blauwe strepen op de zijkant, net als gewone politiewagens. Een begrijpelijk compromis, want alleen wit is ook maar zo wit. Een speels accent hier en daar kan absoluut geen kwaad, het oog wil ook wat, trots op je kleuren mag je zijn. Maar waarom dan niet nét een stapje verder gaan? Verander het oranje bijvoorbeeld door rood, zet de strepen verticaal in plaats van diagonaal, en in Tilburg, thuisstad van de Tricolores, zullen ze in hun handjes klappen van blijdschap. Leef’ hoezee voor Willem II (en de ME)!

En als we dan toch bezig zijn: schilder de dienstdoende busjes in Arnhem zwart en geel, die in Almelo zwart en wit, en geef ze in Amsterdam een vette rooie godenstreep. Achttien verschillende patronen, voor elke eredivisieclub één, zoveel moeite kan dat toch niet zijn? En, lieve ME-ers, als jullie écht willen laten zien dat jullie het menen, smijt die schilden en wapenstokken dan tegen een cornervlag en serveer in plaats van klappen ijskoude traytjes frisgetapt bier. Rustgevende werking verzekerd. Charge!