Eén dag na De Aanslag: hier krijg IK het nou benauwd van

Er kon in de hele stad geen boek meer worden geleend (bibliotheken namen geen enkel risico), alle Utrechters moesten binnen blijven en zelfs Holland Casino sloot zijn deuren. Dan weet je dat het menens is. This shit is for real.

Toch vraag ik me één dag na De Aanslag niet af hoe dit allemaal heeft kunnen gebeuren. En ook niet of Rutte beter even z’n waffel-vol-beschaving had kunnen houden (ja dus), of alle vlaggen vandaag halfstok moeten (nee dus) en of je leiderschap toont als je een slachtpartij “onacceptabel” noemt (hangt af van wat je van het koningshuis vindt dus).

Nee, ik zit met een andere vraag. Hoe zou het met hém zijn? Met dat ene slachtoffer, die hopelijk snel zijn verhaal mag doen bij DWDD? Met die moederziel-allenig gedupeerde, van wie we nog zo weinig weten en met wie we kennis hebben gemaakt dankzij een moedige, 18-jarige studente uit Kanaleneiland. Die zichzelf opeens gevangen zag op haar eigen school, midden in de warzone.

De compleet van de wereld afgesloten studente liet de wereld weten dat de mensen binnen “gek worden”, aldus de NOS. “We zijn opgesloten op school. Er wordt met prullenbakken gegooid. Mensen roken binnen en iemand met astma zit hier te huilen.”

Oké, rewind. Een man schiet op een zonnige maandagochtend om zich heen in een tram. Mensen vallen neer, dood of gewond. En enkele uren later zit een paar honderd meter verderop, eenzaam weggedoken in een hoekje, iemand hartverscheurend te huilen. Stilletjes, bevend en beschroomd. Of misschien juist luid snikkend en snotterend, met gierende uithalen. Wie zal het zeggen. Meer informatie uit het rampgebied kwam helaas niet tot ons.

Het ligt nu voor de hand om te vragen: wáár waren de docenten? Of: wat bezielt die leerlingen om met prullenbakken te gooien? Terwijl je daar met hetzelfde gemak ook een brandende peuk in kan gooien. Maar zelf vraag ik me iets anders af.

Waarom deze tranen? Want let wel, laten we niet te vroeg oordelen. Dat hebben we gisteren met z’n allen de hele dag al gedaan. Misschien had het slachtoffer wel een opwelling van liefdesverdriet, een slecht cijfer gekregen of per abuis zélf een peukje opgestoken.

Hoe het ook zij, hij leerde de true colours van zijn klasgenoten een stuk beter kennen die dag. Terwijl de tranen over z’n wangen biggelden, floten de vuilnisbakken als kogels langs zijn oren en prikte de hete rook in zijn ogen. Leed verbindt, zeggen ze wel eens. Maar even niet in déze klas.

Bij deze roep ik op: laten we ook dit slachtoffer de steun geven waar hij recht op heeft. Want, net als in een oorlog, zou onze empathie niet alleen uit moeten gaan naar de soldaten in de frontlinie. Ook alle mensen ver áchter die frontlijn verdienen ons medeleven. Laten we de emotionele en spirituele wonden helen, nu het nog kan. De verbinding zoeken met elkaar, wie we ook zijn.

En laten we vooral God op onze blote knietjes bidden dat deze hoestende huiler geen wraakgezind karakter heeft. Want een wapen is tegenwoordig vrij makkelijk te verkrijgen. En op twee schietpartijen in één week, in nota bene dezelfde wijk, nee, daar zit ik echt niet op te wachten.

Wereld, ik mis je!

Soms weet je dat je ergens niet om mag lachen, maar doe je het toch.

In 2014 is de psychologische hulplijn Sensoor 250.000 keer gebeld, vooral door mensen die zich eenzaam voelen. Daar grinnik ik niet om, nee, natuurlijk niet. Ik gniffel ook niet als ik lees dat vooral vrouwen tussen de 30 en 60 jaar zich eenzaam voelen. Maar ik barst wel in lachen uit als ik lees over het fenomeen ‘zomereenzaamheid’: mensen die zich eenzaam voelen omdat hun vrienden en behandelaars op vakantie zijn en – nu komt ’t – hun vaste tv-programma’s een zomerstop hanteren.

Deze mensen voelen zich dus extra eenzaam omdat ze Matthijs van Nieuwkerk missen? Of Yvon Jaspers? Of Johan Derksen? Of Jeroen Pauw?

Ik denk juist: wat een verademing dat ze er even NIET zijn. En bij veel andere BN’ers denk ik: wat erg dat ze er WEL zijn, zomerstop of niet. Eva Jinek bijvoorbeeld, of Geer, of Goor, of John Williams. Als ik op een heerlijke zwoele zomeravond niets beters te doen zou hebben dan naar hen te kijken, zou ik me pas ECHT eenzaam voelen.

Ik kan er niks aan doen: ik moet dus lachen om de zieligheid van anderen. Daar komt het op neer. Ik giechel om al die eenzame mensen die midden in de bouwvak vertwijfeld heen en weer zappen, wanhopig op zoek naar dat ene vertrouwde gezicht. Het anker dat hun troost biedt, al is het maar voor een uurtje. Matthijs, waar ben je toch? Ik mis je!

Welke BN’er zou eenzaamheid het meest effectief verlichten? Bij welke stem vergeten we onze eenzaamheid het snelst? Welke tv-persoonlijkheid heeft de warmste blik, zodat we ons direct minder alleen voelen? En maakt het eigenlijk uit waar het programma over gaat? Biedt een waterpolowedstrijd de meeste troost? Of een woordspelletje? Of kunst? Of kitsch? Tuinprogramma’s lijken me in ieder geval niet geschikt. En actualiteitenprogramma’s ook niet. Van het wereldnieuws voel je je sowieso al eenzaam, of je vaste presentator nu aan het strand ligt of niet.

Ik lach dus om de eenzaamheid van anderen. Maar het is lachen als een boer met kiespijn. Want er komt een dag dat ook ik moederziel alleen voor het scherm zal zitten, dat niemand me komt opzoeken en ik mijn dagen helemaal alleen doorbreng. En dat besef doet pijn. Veel pijn. ‘De wereld draait doorrr’, zal Matthijs enthousiast tegen me roepen, omringd door zijn gezellige, praatgrage en allerminst eenzame gasten. En dat ene zinnetje zal pijnlijker klinken als nooit tevoren.

Supporter van de ME

De ME gaat nieuwe busjes bestellen: witte. Want dat tirannieke, agressie opwekkende en repressieve donkerblauw kan natuurlijk echt niet meer. Die gillende krakers, blaffende honden, brandende barricaden, dakpannen die naar beneden zeilen en rookbommen tussen ontstelde Koningshuis-fans zijn zó jaren tachtig. En van die hysterische hooligans, platgedrukte lichamen, tatoeages van buldogs op kwabbige ruggen en stadsnamen die door nummers worden ingeruild hebben we inmiddels ook schoon genoeg.

De provo’s wisten het in 1965 al: wit is de kleur van de onschuld, de vrede, de saamhorigheid. Tuurlijk, de verbeelding is niet voor iedereen weggelegd. Het Witte Fietsenplan had zijn zwakke punten, tegen notoire fietsendieven is geen kruid gewassen, rotte appels blijf je altijd houden. Maar het idee was goed! Als die vervloekte regenten nu maar eens mee wilden werken en wat groter durfden te denken.

En dat doen ze nu eindelijk, anno 2015. De Nationale Politie heeft het begrepen. Wit gaan de busjes worden, een keuze waarover volgens de politiewoordvoerder goed is nagedacht. De mannen en vrouwen met de knuppels staan er ook helemaal achter. Volgens het AD zijn er agenten die hopen dat de witte kleur ‘een rustgevende werking heeft op hooligans’. Luud Schimmelpennink kan tevreden zijn.

Maar, als ik zo vrij mag zijn, toch een kleine tip. De nieuwe ME-busjes worden niet smetteloos wit, maar krijgen oranje en blauwe strepen op de zijkant, net als gewone politiewagens. Een begrijpelijk compromis, want alleen wit is ook maar zo wit. Een speels accent hier en daar kan absoluut geen kwaad, het oog wil ook wat, trots op je kleuren mag je zijn. Maar waarom dan niet nét een stapje verder gaan? Verander het oranje bijvoorbeeld door rood, zet de strepen verticaal in plaats van diagonaal, en in Tilburg, thuisstad van de Tricolores, zullen ze in hun handjes klappen van blijdschap. Leef’ hoezee voor Willem II (en de ME)!

En als we dan toch bezig zijn: schilder de dienstdoende busjes in Arnhem zwart en geel, die in Almelo zwart en wit, en geef ze in Amsterdam een vette rooie godenstreep. Achttien verschillende patronen, voor elke eredivisieclub één, zoveel moeite kan dat toch niet zijn? En, lieve ME-ers, als jullie écht willen laten zien dat jullie het menen, smijt die schilden en wapenstokken dan tegen een cornervlag en serveer in plaats van klappen ijskoude traytjes frisgetapt bier. Rustgevende werking verzekerd. Charge!