Het goede voorbeeld

Ik voel me rusteloos vandaag. Opgejaagd, ontevreden, druk in mijn hoofd. En als ik me zo voel, zo is mij verteld, dan moet ik proberen mijn aandacht terug te brengen naar m’n lichaam. Dus:

  1. Voetjes stevig op de grond!
  2. Diep in-, diep uitademen. Rustig… voel hoe de lucht naar binnen stroomt.
  3. Rechtop zitten, geconcentreerd. Billen op de stoel, handen in de schoot.
  4. Laten zijn wat er is. En, als het even kan, dat meteen weer loslaten.

Stressconsultants voorspellen dat ik me dan na een tijdje vanzelf rustiger ga voelen. Als ik er dus voor kies een oefening te doen, als ik eerst rustig genoeg word in mijn hoofd om te beseffen dat die oefening goed voor me is.

Een vriend van me heeft geen stressconsultant nodig. Hij heeft een hond. En omdat hij een hond heeft, komt hij elke dag buiten. Dat doet een hond met je: hij zet WANDELEN met hoofdletters in je agenda. Elke dag. Het liefst natuurlijk in een hondvriendelijke omgeving. En als mijn vriend daar dan rondloopt, in een bos of zo, dan wordt hij rustig als hij een boom ziet.

Kijk, zegt hij, die boom staat daar mooi te staan, zich van geen kwaad bewust. En dat is inderdaad een rustgevende gedachte. Een boom hoeft niks van je, vraagt je niks, valt je niet lastig. Hij wil geen functioneringsgesprek met je voeren, hoeft je niks te verkopen, uit geen kritiek, vindt niet dat je eigenlijk iemand anders zou moeten zijn. Hij wil geen afspraak maken, en ook geen indruk, waarom zou hij, het verandert niets. Hij staat daar gewoon. Met zijn voeten stevig op de grond, zijn rug rechtop en zijn hoofd hoog in de lucht.

Serene boom, was ik maar zoals jij! Dan hoefde ik niet het bos in om tot rust te komen, maar was ik daar al. Dan haalde ik gewoon diep adem en wachtte rustig af wie bij me langs zou komen. Op sommige dagen zou ik niemand zien, op andere dagen een heleboel mensen. Het maakt me niet uit. Als een wandelaar me aankijkt, glimlach ik. Als een kind tegen me aan wil zitten, laat ik dat toe. En als een vormgever een foto van me wil maken, dan poseer ik beleefd. Ja hoor, vreemde tweevoeter, doe wat je wil, neem je tijd. En als je niet tevreden bent met je plaatje, kom dan gerust nog een keer terug. Morgen ben ik er ook. Ik ga nergens heen. Ik sta hier best.

Deze blog is geïnspireerd op het boekje BOMEN van Roelant Meijer, uit de serie De verte voorbij.

Little Poetin in da house!

Lieve ouders, pas op. Uw kind hoort alles. Merkt alles. Voelt alles. Kijkt dwars door u heen, hoe goed u uw gedachten ook probeert te verbergen. Uw kind is de KGB, NSA, FSB en CIA in één. Even nauwkeurig als de Stasi, even volhardend als de Securitate. En dat in uw bloedeigen huis.

Stel: u geeft uw partner een niet-zo-heel-erg-gemeende kus. Dan heeft uw kind dat onmiddellijk door. Of uw kind wil met u spelen, maar u heeft eigenlijk geen zin. Of – ALARM! – u neemt uw kind diep van binnen iets kwalijk. Een heel klein dingetje maar. Dan slaat uw kind dat onverbiddelijk op, zelfs als u helemaal niets zegt.

Uw kind heeft de beste afluisterapparatuur ter wereld, de meest sneaky informanten, de meest geraffineerde verhoortechnieken. Niets ontsnapt aan zijn aandacht. En, wat nog veel angstaanjagender is: hij verbindt er zijn eigen conclusies aan. Om die vervolgens nooit meer te vergeten. Is uw peuter bijvoorbeeld minder goed in hamertje tik dan u had gehoopt? En laat u daarover ook maar het kleinste teken van teleurstelling blijken? Bam, staat genoteerd. Papa vindt me niet goed genoeg! Dus IK ben niet goed genoeg. Hoppakee, kras op de ziel, probeer die nog maar eens weg te poetsen.

Als u geluk heeft, besluit uw kind ooit in therapie te gaan. Op zijn twintigste of zo, op zoek naar zichzelf. Een paar diepe gesprekken met een zenboeddhist, om al dat oud zeer uit de weg te ruimen. Maar dat lukt natuurlijk nooit. Want de conclusies die we in onze jeugd hebben getrokken, krijgen we onmogelijk nog uit ons systeem.

Dus lieve ouders, er zit niets anders op. U moet liéf zijn. Elke uiting van boosheid kan een onuitwisbare indruk maken, elk verwijt kan inslaan als een bom. Uw stappen worden op de voet gevolgd, uw woorden op een goudschaaltje gewogen. Elk gebaar doet ertoe, elke gelaatsuitdrukking telt. En ja, dat is best een paranoïde gevoel. Maar gelukkig is er één plek waar u wel vrij bent. Tot een bepaalde leeftijd althans. En zolang u uw wachtwoord geheim weet te houden. Op internet kunt u doen en laten wat u wilt. Maar alstublieft, pas in uw eigen woonkamer heel goed op. Want de kleine Poetin die daar zogenaamd onbezorgd rondhuppelt, is érg lichtgeraakt. De AIVD is er niks bij.

Supporter van de ME

De ME gaat nieuwe busjes bestellen: witte. Want dat tirannieke, agressie opwekkende en repressieve donkerblauw kan natuurlijk echt niet meer. Die gillende krakers, blaffende honden, brandende barricaden, dakpannen die naar beneden zeilen en rookbommen tussen ontstelde Koningshuis-fans zijn zó jaren tachtig. En van die hysterische hooligans, platgedrukte lichamen, tatoeages van buldogs op kwabbige ruggen en stadsnamen die door nummers worden ingeruild hebben we inmiddels ook schoon genoeg.

De provo’s wisten het in 1965 al: wit is de kleur van de onschuld, de vrede, de saamhorigheid. Tuurlijk, de verbeelding is niet voor iedereen weggelegd. Het Witte Fietsenplan had zijn zwakke punten, tegen notoire fietsendieven is geen kruid gewassen, rotte appels blijf je altijd houden. Maar het idee was goed! Als die vervloekte regenten nu maar eens mee wilden werken en wat groter durfden te denken.

En dat doen ze nu eindelijk, anno 2015. De Nationale Politie heeft het begrepen. Wit gaan de busjes worden, een keuze waarover volgens de politiewoordvoerder goed is nagedacht. De mannen en vrouwen met de knuppels staan er ook helemaal achter. Volgens het AD zijn er agenten die hopen dat de witte kleur ‘een rustgevende werking heeft op hooligans’. Luud Schimmelpennink kan tevreden zijn.

Maar, als ik zo vrij mag zijn, toch een kleine tip. De nieuwe ME-busjes worden niet smetteloos wit, maar krijgen oranje en blauwe strepen op de zijkant, net als gewone politiewagens. Een begrijpelijk compromis, want alleen wit is ook maar zo wit. Een speels accent hier en daar kan absoluut geen kwaad, het oog wil ook wat, trots op je kleuren mag je zijn. Maar waarom dan niet nét een stapje verder gaan? Verander het oranje bijvoorbeeld door rood, zet de strepen verticaal in plaats van diagonaal, en in Tilburg, thuisstad van de Tricolores, zullen ze in hun handjes klappen van blijdschap. Leef’ hoezee voor Willem II (en de ME)!

En als we dan toch bezig zijn: schilder de dienstdoende busjes in Arnhem zwart en geel, die in Almelo zwart en wit, en geef ze in Amsterdam een vette rooie godenstreep. Achttien verschillende patronen, voor elke eredivisieclub één, zoveel moeite kan dat toch niet zijn? En, lieve ME-ers, als jullie écht willen laten zien dat jullie het menen, smijt die schilden en wapenstokken dan tegen een cornervlag en serveer in plaats van klappen ijskoude traytjes frisgetapt bier. Rustgevende werking verzekerd. Charge!