En… alles naar wens?

Als ik aan de natuur denk, dan denk ik aan een haarscherpe close-up van een prachtige Sumatraanse tijger in een van alle kanten bedreigd tropisch regenwoud. Of aan een uniek shot, waar de filmploeg máánden op heeft gewacht, van een dolverliefde paradijsvogel. Of, vooruit, aan wilde Freekie, die uit zijn dak gaat als hij een groene boomhagedis spot.

De natuur, die moet groots en meeslepend zijn, want zo zijn we nu eenmaal geprogrammeerd. De natuur zien we graag in vol ornaat, met een enthousiaste beat eronder, of een gevoelig kwartetje strijkers, afhankelijk van het gevoel dat op de kijker moet worden overgebracht. En als we zelf de natuur ingaan, willen we ook graag beeindruckt raken. Vogelaars zoeken zéldzame vogels, bergbeklimmers een nóg hogere top, vissers laten zich fotograferen met de grootste zwaardvis die ze te pakken konden krijgen. Meer is beter!

Dus als ik aan de natuur denk, dan denk ik nooit aan akkers. Landbouwgrond… dat is toch precies het tegenovergestelde van natuur? Akkers zijn die plekken waar Moedertje Aarde genadeloos is verslagen, op haar zielige gat ligt en zuchtend afwacht wat komen gaat. Daarom haal ik mijn neus op voor alle maïsvelden, bietenakkers en palmolieplantages van deze wereld. Leuk hoor, al die nuttige gewassen, maar het zijn er veel te veel en ze staan allemaal op één plek. Boeien! Snel een ticket naar Borneo alsjeblieft, we hebben betere dingen te doen.

Maar dan krijg ik op een dag een klein boekje onder ogen, met een hemelsblauwe kaft. ANATOLISCHE AKKERS staat erop, en erin staan foto’s van akkers zo ver het oog reikt. Ik zie omgewoelde klei, een wolkenloze hemel, geduldig toekijkende bergen en restanten van harde stengels, beroofd van hun voedzame aar. De akkers zien eruit alsof ze al er duizenden jaren zo bij liggen. En misschien is dat ook wel zo.

En ik denk: de wereld is helemaal geen schouwspel. Nee, het is een tafel. Een tafel waaraan iedereen kan aanschuiven. Het enige wat we hoeven te doen, is die tafel een beetje subtiel inrichten, met niet te veel zilverwerk. En ons een beetje gedragen. Niet te gulzig opscheppen dus, een beetje met aandacht eten, hap voor hap. En vooral wat overlaten voor diegenen die óók trek hebben. Dan zal de aarde nooit ophouden ons te voeden.

Wel jammer voor die wilde dieren natuurlijk. Die voelen zich op een graanveld niet erg senang. Maar mocht ik ooit op een Anatolische akker een Sumatraanse tijger tegenkomen, dan zal ik in ieder geval niet meteen een foto van hem maken en die opgewonden aan al mijn vrienden appen. Nee, dan zal ik hem beleefd vragen of hij ook een hapje blieft. Tast toe vriend… er is genoeg voor iedereen!

Deze blog is geïnspireerd op het boekje ANATOLISCHE AKKERS van Roelant Meijer, uit de serie De verte voorbij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.