Gewoon zéggen als je ‘t meent!

Aan het bureau van mijn collega zit vandaag opeens een vrouw met prachtig haar. Dat is het enige wat ik zie: een volle bos zachte krullen, waaraan ik wil ruiken en snuffelen, die ik wil aanraken, waarin ik troost wil zoeken voor de teleurstellingen des levens.

Ik wil dus zeggen: ‘Goh, wat een prachtig haar heb jij!’ Maar dan bedenk ik me. Complimenten zijn er niet om lichtzinnig in het rond te strooien, als Freeks Wilde Beesten-plaatjes bij de aanschaf van een zak sperziebonen. Dankuwel dat u vanavond eten moet, en dat deze supermarkt toevallig de dichtstbijzijnde is, daarom krijgt u dit cadeautje, of er nu op zit te wachten of niet. Mooi haar is geen prestatie, het is er gewoon.

Maar wat kan ik dan zeggen? ‘Wat is je haar mooi verzorgd?’ Ja, dat is zeker een verdienste. Maar is deze zijdezachte haardos wel te danken aan ijzeren discipline? Ik wil me niet belachelijk maken, als ik ergens geen verstand van heb dan is het wel van rechtsdraaiende tarwegrasshampoo.

Maar ik wil toch iéts zeggen, ik wil een oprecht, gemeend, puntig compliment geven, want deze vrouw ontroert me, daar is geen ontkomen aan, ze verdient een verbale aai, ze geeft mijn grijze bestaan weer kleur. Zal ik haar complimenteren met haar jurk dan? Want die staat haar prachtig. Maar God weet wie die jurk heeft gemaakt!

Okee, ze heeft hem waarschijnlijk zelf uitgekozen. Maar dat dit specifieke kledingstuk haar goed staat, is niets meer dan een gelukkige samenloop van omstandigheden. Vrouw heeft lichaam a, ontwerper bedenkt jurk b, en dankzij een corrupte Indiase textielbaron, zesentwintig tussenhandelaren en een Duitse webshop komen de twee uiteindelijk samen. Ik kom er niet uit, het laatste wat ik wil is de globalisering een hart onder riem steken.

Terug naar haar haar dan maar. Verlegen stamel ik: ‘Ehh, wat een mooi haar heb jij!’ Ze kijkt me aan en zegt: ‘Vind je? Dankjewel! Wil je het even aanraken?’ Ik laat me dat geen twee keer zeggen, spring naar voren, steek mijn neus in haar krullen, pak de ene na de andere pluk met beide handen beet en druk ze in mijn gezicht.

De vrouw opent ondertussen rustig de mailbox van mijn collega. ‘Veel mensen vinden dat fijn, mijn haar even aanraken’, moedigt ze me aan, terwijl ze alle nieuwe mails ongeopend verwijdert. De schat. Ik ben inmiddels zó vertederd, dat ik helemaal niet merk dat een druppel uit mijn mond op haar toetsenbord drupt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.